Hilde Lansu (25) ging vanaf haar dertiende ruim tien jaar van therapie naar therapie voor onder meer een eet-en angststoornis. Een periode vol pieken en dalen, die de Wijchense langzaam achter zich laat. Nu deelt ze haar lessen: ,,De hulpverlening is geen perfect systeem dat je na behandeling beter maakt.’’
Zelfgemaakte schilderijen en collages staan verspreid door de woonkamer. Hier woont een creatief persoon, zoveel is duidelijk. Dat Hilde Lansu nu student beeldend vaktherapie is, lijkt volkomen logisch. Maar aan die stap om weer te gaan studeren, is veel voorafgegaan. Heel veel.
Haar levensverhaal vertelt ze kalm, haar woorden kiezend. Vooral om de mensen die haar dierbaar zijn niet te kwetsen. Fel op de ggz is ze wél; in dat systeem ging ze van behandeling naar behandeling. Voor een eet- en angststoornis, PTSS, zelfbeschadiging, emotieregulatie-problematiek (moeite hebben met het reguleren van emoties).
Op haar 13de kwam Lansu voor het eerst in aanraking met jeugdzorg. Ze zat op dat moment in zo’n diep dal dat haar ouders ingrepen. ,,Op mijn 12de ging mijn beste vriendin dood en zat ik in een rouwproces. Dat was natuurlijk logisch, maar ik was ook een beetje bezig met afvallen. Leek me niet per se slecht, ik zat in de puberteit, dat hoorde erbij, dacht ik”, vertelt ze. Lees het hele verhaal op de website van De Gelderlander.